Ga naar inhoud

Gebruik van de oude TMT250-tracker in Karttahimmeli

Geldt alleen voor de TMT250-tracker

De op deze pagina beschreven functies van de drukknop en de indicatielampjes hebben betrekking op de oude Teltonika TMT250-tracker. Het gebruik van de ATC700 wordt beschreven op de eigen pagina. Alleen de Trackercontrole is gemeenschappelijk voor beide trackers.

Afdrukbare snelgids in PDF-formaat

Inschakelen, opladen en de blauwe knop

Inschakelen (TMT250)

Zet het apparaat buiten aan, zodat het binnen de eerste 1-2 minuten satellieten kan vinden!

  1. Het apparaat wordt ingeschakeld door de kleine witte knop aan de zijkant drie seconden ingedrukt te houden.
  2. De knop gaat groen branden en het apparaat geeft een korte zoemtoon
  3. De knop begint elke seconde rood te knipperen. ๐ŸŸฅ Het apparaat zoekt naar satellieten.
  4. Na een tijdje gaat het lampje van de knop helemaal uit.
  5. Ongeveer 30 s nadat de satellieten zijn gevonden, wordt de eerste locatie naar de kaart verzonden.

Bij normaal gebruik knippert het lampje eenmaal per minuut groen. ๐ŸŸฉ

Je kunt controleren of het apparaat aan of uit staat door kort op de aan/uit-knop te drukken. Als het apparaat aan staat, licht de aan/uit-knop blauw op wanneer je erop drukt.

Inschakelen ATC700

** Zie de aparte instructie op de pagina van de nieuwe tracker

De tracker koppelen aan een operatie

De hondentracker verzendt, wanneer hij aan staat, locatiegegevens naar het Karttahimmeli-systeem. De locatiegegevens moeten echter naar de juiste operatie worden geleid. Hiervoor is een aparte functie beschikbaar in de instellingen van Karttahimmeli.

Zie de instructies voor trackercontrole hier

Batterij bijna leeg?

Wanneer de batterijlading onder 10% komt, knippert het lampje van de aan/uit-knop drie keer snel achter elkaar rood. ๐ŸŸฅ

De accu van de tracker gaat bij wandeltempo ongeveer 5-6 uur onafgebroken gebruik mee. Omdat locaties deels op basis van de afgelegde afstand worden verzonden, raakt de accu sneller leeg bij snelle verplaatsing, bijvoorbeeld in een auto.

De batterijlading kan ook worden gecontroleerd via de trackercontrole, zodra het apparaat zijn locatie heeft bepaald. Ook door op de locatiebol op de kaart te klikken, wordt de batterijlading getoond.

De accu opladen

  1. Sluit de laadkabel aan op een willekeurige USB-stroombron (bijna elke bron werkt. Lees de opmerking hieronder.) en het andere uiteinde op de tracker. Let er wel op dat de tracker automatisch aan gaat wanneer hij op de USB-poort van een computer wordt aangesloten, en niet uitgaat wanneer de kabel wordt losgekoppeld!

  2. Het opladen begint kort na het aansluiten van de kabel.

  3. Het apparaat knippert twee keer achter elkaar groen ๐ŸŸฉ met een tussenpoos van twee seconden zolang het opladen actief is.
  4. Als de accu vol is, blijft het groene lampje continu branden ๐ŸŸฉ. Het opladen gaat vrij snel, ongeveer 1,5 uur tot vol.
  5. Nadat je de laadkabel hebt losgekoppeld, druk kort op de aan/uit-knop om te controleren of het apparaat aan of uit staat. Als de knop bij het indrukken blauw wordt, staat het apparaat aan!

De accu van het apparaat lijkt ongeveer 10-15 procentpunten per maand te verbruiken, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld. Het is aan te raden de accu eens per maand volledig op te laden.

De stekker van de laadkabel is magnetisch. Pas op dat hij, wanneer hij losgekoppeld is, niet aan iets metalen in de auto blijft plakken en kortsluiting veroorzaakt!

Sommige USB-stroombronnen werken mogelijk niet goed als laadbron. Het opladen kan wel starten, maar halverwege stoppen, of helemaal niet op gang komen. Probeer in dat geval een andere stroombron. In elk geval hebben sommige iPhone-opladers problemen veroorzaakt. De reden is waarschijnlijk dat de tracker zo weinig stroom trekt dat sommige stroombronnen de belasting niet goed herkennen en in een energiebesparingsmodus gaan. Hoe ouder, sjofeler en "minder groen" de oplader, hoe beter hij waarschijnlijk werkt...

Het apparaat uitschakelen

  1. Houd de witte knop aan de zijkant 5 seconden ingedrukt, totdat de knop rood wordt en het apparaat een korte zoemtoon geeft.

De blauwe ๐ŸŸฆ-knop

Wanneer je op de blauwe knop drukt terwijl het apparaat aan staat, geeft de tracker een zoemtoon en slaat hij een markering "overig" op de kaart van de operatie op.

Gebruiksaanwijzing van het bevestigingszakje

TMT250-tracker

  1. Schuif de tracker in het zakje met de blauwe kant naar buiten

  2. Bevestig het zakje aan het tuigje of iets vergelijkbaars, bij voorkeur boven op de hond, zodat het signaal van de GPS-satellieten zo goed mogelijk is, waardoor de locatienauwkeurigheid optimaal is. Ook werkt de verzending van de locatie naar het GSM-netwerk beter wanneer de tracker boven op de hond zit. Als de hond (of de reservist) geen geschikte bevestigingsplek aan de bovenzijde heeft, voldoet in noodgeval ook een halsband.

  3. Voorkom dat de klittenbandstrips vuil worden. Druk de klittenbandvlakken altijd precies tegen elkaar, ook tijdens opslag, zodat haren en ander vuil de strips niet kunnen beschadigen.
  4. Het apparaat is waterdicht, dus je hoeft niet bang te zijn dat het nat wordt, maar het zakje kun je toch beter apart drogen na gebruik.
  5. Vergeet niet het apparaat na elk gebruik op te laden. De volgende keer dat het nodig is, kan tijdens een alarm om 04:00 uur zijn!